De internationale arbeidsmarkt blijft onvoorspelbaar. Terwijl economen in Canada zich het hoofd breken over onverwacht sterke banencijfers, laat een praktijkvoorbeeld uit Nederland zien dat de traditionele ‘blauwe boorden’-sector lucratiever en relaxter kan zijn dan vaak wordt aangenomen.
Canadese banenmotor draait onverwacht door De Canadese arbeidsmarkt heeft in november vriend en vijand verrast. Tegen alle verwachtingen in daalde de werkloosheid naar 6,5 procent, zo blijkt uit recente data van Statistics Canada. Waar economen, volgens consensus-schattingen van CIBC, rekenden op een krimp van zo’n 5.000 banen en een stijging van de werkloosheid naar zeven procent, kwamen er juist netto 53.600 arbeidsplaatsen bij. Deze onverwachte groei werd, net als bij de verrassende cijfers van oktober, voornamelijk gedreven door een toename in deeltijdbanen.
Jongeren en zorgsector aan kop Opvallend is dat de banengroei zich sterk concentreerde bij jongeren tussen de 15 en 24 jaar; deze groep was goed voor maar liefst 50.000 van de nieuwe functies. Kijken we naar de specifieke sectoren, dan spanden de gezondheidszorg en sociale bijstand de kroon met een stijging van 1,6 procent (46.000 banen). Ook in de horeca en de sector natuurlijke hulpbronnen trok de werkgelegenheid aan. Voor de horeca betekende dit de eerste stijging sinds januari.
Toch is er ook scepsis. Avery Shenfeld, hoofdeconoom bij CIBC, merkt op dat de cijfers van oktober mogelijk een statistische uitschieter waren. Hij verwacht niet dat deze cijfers de Canadese centrale bank direct zullen overtuigen om de rente in december te verlagen, aangezien de bank eerst wil bezien of de tarieven momenteel “ongeveer goed” staan.
Succesverhaal in de Nederlandse afvalsector Terwijl in Canada de sector ‘natuurlijke hulpbronnen’ een statistische opleving toont, laat een concreet verhaal uit Nederland zien hoe waardevol werken in de grondstoffen- en afvalverwerking daadwerkelijk kan zijn. Het stigma dat kleeft aan beroepen als vuilnisman blijkt in de praktijk volkomen onterecht. Reno (30), werkzaam als medewerker op een milieustraat, is daar het levende bewijs van. Zijn carrièrepad bewijst dat je in deze sector niet alleen goed kunt verdienen, maar ook snel kunt doorgroeien.
“Ik had ooit een zomerbaantje als vuilnisman en dacht: dit is wel heel makkelijk geld verdienen”, vertelt Reno. Met zijn spaargeld financierde hij zijn vrachtwagenrijbewijs, waarna hij intern doorstroomde. Inmiddels zijn zijn taken zeer divers: van het adviseren van bezoekers en kassawerk tot het besturen van de mobiele kraan of heftruck.
Klinkende munten en secundaire voordelen Financieel heeft Reno zijn zaakjes uitstekend op orde. Zijn brutoloon bedraagt 3.588 euro per maand, wat neerkomt op ongeveer 2.610 euro netto. Wanneer hij daar de overuren en onregelmatigheidstoeslagen bij optelt, tikt zijn salaris al snel de 3.000 euro netto per maand aan. “Vuilnisman wordt vaak als ‘dom’ beroep gezien, maar dat valt best mee. Je werkt met grote machines waar je echt wel verstand van moet hebben”, weerlegt hij de vooroordelen.
Naast het basissalaris geniet hij van een uitgebreid pakket aan secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder vergoedingen voor waskosten, telefoon, reiskosten en maaltijden bij overwerk. Ook wordt er voor elk overwerkmoment een bedrag in een ‘potje’ gestort dat aan het einde van het jaar wordt uitgekeerd. Omdat hij in de Ondernemingsraad (OR) zit, krijgt hij bovendien de kans om diverse cursussen te volgen, vaak inclusief betaalde overnachtingen.
Slim onderhandelen Reno benadrukt dat mondigheid loont. Hij raadt iedereen aan om tijdens functioneringsgesprekken te onderhandelen. Zelf legt hij altijd bewijsstukken op tafel om aan te tonen waarom hij meer waard is. Met succes: een groeitraject waar normaal tien jaar voor staat, heeft hij in slechts zes jaar doorlopen. Hoewel hij nu aan zijn salarisplafond zit bij zijn huidige functie, is hij uiterst tevreden.
Van een hoge werkdruk is geen sprake. Hij bepaalt grotendeels zijn eigen tempo en ziet zichzelf dit werk nog jaren doen, al sluit hij een kantoorfunctie in de toekomst niet uit – hij volgt momenteel een mbo-3 opleiding om die optie open te houden. Dankzij het inkomen van hem en zijn vrouw kunnen ze met hun gezin drie tot vier keer per jaar op vakantie, bij voorkeur naar familie op Sicilië. Voorlopig peinst hij er niet over om weg te gaan: “Als ik kijk naar de moeite die ik moet doen en wat voor salaris ik krijg, ga ik zeker niet overstappen.”