Een opvallende wijziging voor de dagelijkse boodschappen markeert een bredere trend in het Nederlandse betalingsverkeer. Albert Heijn heeft besloten per direct te stoppen met de contante uitbetaling van koopzegels. Klanten die hun volle spaarboekjes willen verzilveren, kunnen niet langer rekenen op bankbiljetten of munten aan de servicebalie. Het supermarktconcern speelt hiermee in op het veranderende betaalgedrag van de consument, die steeds minder vaak contant geld op zak heeft.
Einde van contant aan de kassa
De maatregel volgt na een succesvolle proef in vijf winkels, waaruit bleek dat de behoefte aan fysieke uitbetaling drastisch is afgenomen. Volgens een woordvoerder van de Zaanse grootgrutter was de overgang een wens van veel klanten zelf. Wie zijn gespaarde zegels wil innen, heeft voortaan twee opties: het bedrag laten verrekenen met de boodschappen of kiezen voor ‘retourpinnen’. In dat laatste geval maakt de supermarkt het gespaarde bedrag via de betaalterminal direct over op de bankrekening van de klant.
Deze stap past in een reeks digitaliseringsslagen die de keten al eerder doorvoerde. Zo verdwenen fysieke spaarboekjes en stickers voor tijdelijke acties, zoals pannensets, al eerder ten gunste van de app. Ook het sparen van koopzegels zelf verloopt nu uitsluitend digitaal. Het systeem blijft onverminderd populair; zo’n 1,5 miljoen klanten maken er gebruik van. Voor iedere euro aan boodschappen kan een zegel van 10 cent worden aangeschaft. Een vol boekje van 490 zegels levert 52 euro op, wat neerkomt op een rendement van maar liefst 6 procent.
Rendement en populariteit
De populariteit van het spaarprogramma is het afgelopen jaar zelfs verdubbeld. Dit is deels toe te schrijven aan de introductie van het Premium-abonnement, waarbij klanten dubbele zegels ontvangen per bestede euro. In een tijd waarin de spaarrente bij grootbanken rond de 1,5 procent schommelt, is het rendement op de zegels een aantrekkelijk alternatief voor wie een extra zakcentje wil overhouden. Hoewel niet elke supermarktketen een dergelijk systeem hanteert, bieden vooral de wat duurdere supermarkten deze programma’s aan als middel voor klantenbinding.
Industrie toont voorzichtig herstel
Terwijl de retailsector inzet op efficiëntie en digitalisering, toont ook de Nederlandse industrie tekenen van stabilisatie en heraanpassing. Uit recente cijfers van de Nevi Inkoopmanagersindex blijkt dat het verwerkende gewervelde in november een score van 51,8 noteerde, exact gelijk aan de maand ervoor. Dit cijfer duidt op een bescheiden groei, al is het beeld binnen de sector wisselend.
Fabrikanten zagen zowel de productie als het aantal nieuwe orders gematigd toenemen. Vooral de exportorders lieten de sterkste stijging zien sinds juli, wat wijst op een aantrekkende vraag vanuit het buitenland. Bedrijven melden successen bij aanbestedingen en profiteren van nieuwe projecten, hoewel de productiegroei zelf op het laagste niveau in vier maanden lag.
Banenverlies en kostenstijgingen
Ondanks de gevulde orderboeken blijft de industrie terughoudend met het aannemen van nieuw personeel. Voor de tweede maand op rij daalde de werkgelegenheid licht. Bedrijven kiezen er vaker voor om vertrekkende medewerkers niet te vervangen en snijden in het aantal tijdelijke contracten, mede doordat productiviteitsverbeteringen de noodzaak voor extra handen verminderen. Daarnaast speelden personeelsproblemen bij leveranciers een rol in de verslechtering van de levertijden.
Aan de kostenkant neemt de druk weer toe. Ondernemers worden geconfronteerd met stijgende prijzen voor energie, arbeid en grondstoffen. Hoewel de inflatie onder het historische trendniveau blijft, was de stijging van de inkoopprijzen in november aanzienlijk sterker dan het dieptepunt in oktober. Producenten verhoogden hun eigen verkoopprijzen echter slechts met mate.
Tweedeling in sectoren
Binnen de industrie is een duidelijke tweedeling zichtbaar die parallel loopt aan de trends in de consumentenmarkt. De producenten van consumptiegoederen zagen hun activiteiten krimpen, wat mogelijk samenhangt met de voorzichtigheid van consumenten die liever sparen via koopzegels dan geld uitgeven. Daarentegen presteerde de sector voor investeringsgoederen het sterkst.
Albert Jan Swart, industrie-econoom bij ABN AMRO, signaleert een groeiende vraag naar machines, doordat klanten eerder uitgestelde investeringsplannen nu alsnog uitvoeren. Specifiek is er meer vraag naar apparatuur voor de chipindustrie. Toch is het beeld ook hier niet louter positief: sommige toeleveranciers in de keten van chipmachinefabrikant ASML kampen nog steeds met overtollige voorraden. Ondanks deze uitdagingen zijn de verwachtingen voor de productie in het komende jaar optimistischer dan in de voorgaande maanden, al blijft de bezorgdheid over de toekomstige vraag als een rem op het sentiment werken.