Keurmerk of concept geen garantie op een ‘plus’

Keurmerk of concept geen garantie op een ‘plus’

2 jan 2020

Bericht

Bulk of niche? Scharrel, vrije-uitloop of biologisch? Samenwerking of zelf vermarkten? Een keurmerk of ketenconcept geeft de pluimveehouder de mogelijkheid om zich te onderscheiden en zaken te borgen. Toch blijkt een plus op het productprijs niet een vanzelfsprekendheid.

“De een ziet het als een bedreiging doordat het hen aantast in de ondernemersgeest die er is en voor een ander is het een zegen omdat ze meer waardering ervaren”, stipt Jeroen van den Hurk aan. Hij is sectorspecialist pluimvee en kalveren bij de Rabobank. Hij merkt dat er onder pluimveehouders verschillend voor over keurmerken en ketenconcepten wordt gedacht. “Het is een goede manier om een deel van markt mee te bedienen die extra aandacht vraagt voor herkomst, borging van bepaalde zaken, dierwelzijn, transparantie et cetera. Veelal betreft het hier bovenwettelijke zaken die je op deze manier tot uiting kunt laten komen in product, prijs en presentatie. Keurmerken en ketenconcepten geven producenten de mogelijkheid om zich te onderscheiden en daarnaast ook voor retailers om zich te positioneren.”

Beter Leven Keurmerk

Het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming is wat Van den Hurk betreft het meest sprekende voorbeeld. “En ook het best verkochte keurmerk in de Nederlandse retail in 2018. Daarnaast is zo goed als het volledige vers vlees in de Nederlandse retail sinds een paar jaar van traaggroeiers. Hiervoor zijn meerdere concepten en standaarden uitgewerkt, zoals Goed Nest Kip, Nieuwe Standaard Kip, noem maar op.” Toch blijkt het in de praktijk niet een vanzelfsprekendheid te zijn dat een keurmerk of concept ook beter is voor de portemonnee van de pluimveehouder. “Kijk je bijvoorbeeld naar pluimveevlees, dan hebben de keurmerken en concepten afgelopen jaren financieel minder gepresteerd ten opzichte van regulier.”

Pluimveehouders tevreden

Daar tegenover staat volgens Van den Hurk dat de deelnemende pluimveehouders wel tevreden zijn met de wijze waarop ze hun dieren houden en ook met de beloning die daar voor geldt. “De legsector heeft dit jaar ook een snelle switch gemaakt naar één ster Beter Leven voor de Nederlandse retailmarkt.” Een keurmerk of concept kan bovendien een ‘license to operate’ zijn voor individuele pluimveehouders. “De financiële performance is belangrijk, maar evenzogoed ook andere aspecten. Een en ander laat onverlet dat je minimaal gecompenseerd moet worden voor de (extra) kosten die worden gemaakt.”

Onderscheidend product 

Sectorspecialist Jan van der Haar van Countus vindt ook dat keurmerken en concepten mogelijkheden bieden om een onderscheidend product af te leveren. “Bovendien ben je niet zo snel uitwisselbaar. De keten bindt zich aan de pluimveehouder en de pluimveehouder aan de keten. Je trekt het product uit de bulk. De intensieve veehouderij zie je daardoor steeds meer uit de anonimiteit komen.” Als positieve voorbeelden haalt Van der Haar ‘biologisch’ aan. Aangesloten pluimveehouders aan verschillende eisen voldoen om Skal-gecertificeerd te worden. “Het is niet eenvoudig om toe te treden, waardoor er ook niet een tussensegment ontstaat.” In het succes van concepten schuilt ook een gevaar. “Je ziet dat er dan vaak extra eisen komen, terwijl die niet goed in de prijs worden vertaald.

Pluimveehouder stapt niet zomaar uit concept

Hierdoor komt de doelstelling om onderscheidend te blijven, onder druk te staan. Pluimveehouders rekenen over het algemeen ook veel. Bij biologische producten zie je ook dat als de markt vol is de prijs stagneert. Als er een verschuiving ontstaat van een vraag- naar een aanbodmarkt dan drukt dat meteen op het rendement.” Aan de andere kant is de prijs niet doorslaggevend, stipt Van der Haar aan. “Als een pluimveehouder eenmaal met een concept begint, stapt die er ook niet zomaar uit.” Volgens hem hoeven de adviseurs van Countus de ondernemers niets aan te dragen als het gaat om keurmerken of concepten. “Zowel in ‘leg’ als ‘vlees’ hebben de ondernemers zich al dusdanig ver ingelezen, dat de berekening op de achterkant van de sigarendoos vaak al heel uitgebreid is. Het is meer sparren en finetunen.”

Weinig ervaring 

Ten opzichte van Nederland heeft de Belgische pluimveehouderij weinig ervaring met keurmerken en concepten. Voorzitter Danny Coulier van Vlaamse pluimvee en konijnenhouders, ofwel de Landsbond, ziet een duidelijk verschil tussen de landen. “In België heeft de retail tot nu toe een andere kijk gehad op de term duurzaamheid. Volgens mij heeft de Nederlandse retail zich meer laten sturen door dierenrechtenorganisaties, maar duurzaamheid is meer dan dierenwelzijn alleen”, stelt Coulier, “Wij bekijken het totale plaatje op vlak van economie, ecologie en uiteraard ook dierenwelzijn.

Standaardkip op alle vlakken meest duurzaam

Wij blijven ervan overtuigd dat de huidige standaardkip op alle vlakken het meest duurzaam is, dit betekent niet dat er op een aantal punten wat verbetering mogelijk is, maar daarom moeten we het kind niet met het badwater weggooien.” Coulier stipt ook aan dat de structuur van de Belgische pluimveesector ‘iets minder geïntegreerd is’. Hierdoor poppen er minder keurmerken en concepten op. “En die er zijn, zijn vaak ook nog ‘geïmporteerd’. Anderen zitten dan vooral in een zeer gesloten circuit, waarbij een sterke samenwerking is tussen alle schakels van de productie.”

Belgische pluimveehouder

De voorzitter stipt aan dat de Belgische pluimveehouder over het algemeen door de structuur meer vrijheid heeft om een keuze te maken tussen voederleveranciers, broeierijen en slachterijen. “Laat dit nu ook een troef zijn. Te sterk geconcentreerde schakels vormen een te grote dominantie.” Desalniettemin houdt de Belgische belangenbehartiger de ontwikkelingen in Nederland in de gaten. “Uiteraard volgen wij dit op de voet, maar wij kijken naar het totale plaatje van duurzaamheid. We kunnen alleen vaststellen dat er tot op de dag van vandaag onvoldoende meerwaarde gegenereerd wordt en dan vooral op economisch vlak en dit ten koste van ecologie.” Kansen liggen er volgens Coulier wel degelijk om het principe van concepten verder in België uit te rollen. “Zeker een vorm met de huidige standaardkip, maar het ontbreekt vandaag aan moed om met alle ketenpartners met een open geest en wederzijds respect de koe bij de horens te pakken en wat meer out off the box te denken.

Loopt Nederland voorop betreft keurmerken en ketenconcepten?

Het blijft een economisch gegeven dat voeding van vandaag nog altijd ondergewaardeerd blijft.” Kunnen we dan stellen dat Nederland vooroploopt met keurmerken en ketenconcepten? Of is Nederland daarin juist doorgeslagen? Jeroen van den Hurk van de Rabobank trekt de beantwoording naar een breder perspectief. “Kijk je naar de markten om de Benelux heen, dan zie je weer veel meer keurmerken en concepten. Neem Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Scandinavië en ook Duitsland. Bij de oosterburen zagen we tijdens een recent bezoek nog dat steeds meer productie een standaard kent, die boven wet- en regelgeving zit. We zijn in Nederland met de goede dingen bezig en dat zal zich nog verder ontwikkelen. Mede om de toenemende druk vanuit Oost Europa het hoofd te bieden. De druk vanuit die markten richt zich vooral op de basisproducten, de zogenoemde bulkproductie. Keurmerken en concepten zijn bij uitstek geschikt om onderscheidend te blijven in de markt.”

Tekst: Martin de Vries

Dit artikel is afkomstig uit de Pluimveekrant (december 2019). Wilt u de krant ook ontvangen? Klik hier en meld u gratis aan! 

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

“Pluimveesector moet terug naar de basis”

“Pluimveesector moet terug naar de basis”

28 dec 2019 Bericht
“Pluimveesector moet terug naar de basis”
Column: Mensenrechten en diergezondheid

Column: Mensenrechten en diergezondheid

27 dec 2019 Bericht
Column: Mensenrechten en diergezondheid

COOKIE INFORMATIE

Voor een volledige werking van deze website wordt gebruik gemaakt van cookies.
Meer informatie over cookies > Accepteren Verder zonder cookies